Close

juni 15, 2021

Dementie

Dementie is een verzamelnaam voor bepaalde verschijnselen die optreden door beschadigingen aan hersenen. Die beschadigingen worden veroorzaakt door verschillende (hersen)ziektes. Er zijn meer dan vijftig verschillende ziektes die dementie veroorzaken. De bekendste is de ziekte van Alzheimer.

Bij dementie raakt de verwerking van informatie in de hersenen verstoord en gaan de geestelijke vermogens achteruit. Het woord dementie komt van het Latijnse woord dementia wat ‘ontgeesting’ betekent. Kenmerkend voor dementie is dat de beschadigingen in de hersenen verergeren en je naaste steeds verder achteruitgaat in functioneren.

Veelvoorkomende verschijnselen van dementie

Mensen met dementie hebben last van een of meer van de volgende symptomen:
Geheugenstoornissen
Taalproblemen in woord of schrift (afasie)
Problemen met het uitvoeren van complexe handelingen (apraxie)
Problemen met het herkennen van voorwerpen (agnosie)
Problemen met logisch denken, plannen, organiseren en uitvoeren van activiteiten
Aandachts- of concentratieproblemen
Minder snel informatie begrijpen of kunnen verwerken
Stoornissen in het denken in beelden of het tekenen van voorwerpen

Er is pas sprake van dementie als bovenstaande symptomen in ernst toenemen en niet door een ander ziektebeeld te verklaren zijn, zoals een delier, een depressie of schizofrenie. 

In een latere fase kunnen verschijnselen optreden als:
Desoriëntatie in tijd, plaats of persoon 
Stemmings- of gedragsveranderingen, zoals depressie- en/of angstklachten
Lusteloosheid of juist hyperactiviteit, rusteloos gedrag en agitatie
Wanen en hallucinaties
Lichamelijke problemen als ontstekingen, incontinentie en pijn

Wat gebeurt er in de hersenen?
De beschadigingen in de hersenen die dementie veroorzaken bestaan uit het verlies van verbindingen tussen de hersencellen (neuronen). De neuronen kunnen daardoor niet meer goed met elkaar communiceren. Hierdoor kan je naaste steeds minder van wat voorheen vanzelfsprekend was. Naarmate de dementie vordert, gaan ook de neuronen verloren en raken hersenfuncties steeds verder beschadigd. Door deze processen kunnen de hersenen tien tot vijftien procent in omvang krimpen.

Welke hersenfuncties verloren gaan, hangt af van de ziekte die de dementie veroorzaakt. Er zijn ziektes die het voorste gedeelte van de hersenen (emoties, gedrag) als eerste aantasten en er zijn ziektes die het geheugen als eerste aantasten. Daarnaast kan het ziekteproces snel of langzaam gaan, dat verschilt per persoon.

Mensen met dementie leven gemiddeld acht jaar met de ziekte. Er is weliswaar nog geen genezing mogelijk, maar er zijn wel mogelijkheden voor behandeling en begeleiding. Deze verschillen per aandoening en per persoon. Wereldwijd vindt er veel onderzoek plaats om genezing uiteindelijk mogelijk te maken. Dementie is, na kanker en hart- en vaatziekten, momenteel de meest voorkomende doodsoorzaak in Nederland.

Hoewel het voor iedereen anders is, verloopt de ziekte van Alzheimer grofweg in drie fasen: de vroege, midden en late fase. Inzicht in deze fasen helpt bij het begrijpen van de veranderingen die na verloop van tijd bij je naaste optreden.

Niet iedereen krijgt alle symptomen of krijgt ze in dezelfde volgorde. Soms overlappen fasen elkaar of blijkt dat verschijnselen weer veranderen of verdwijnen. Hoe de ziekte verloopt, heeft ook te maken met het karakter van je naaste, haar emotionele veerkracht, levensomstandigheden en eventuele medicatie.

Vroege fase
Alzheimer begint meestal met kleine veranderingen in het gedrag of functioneren van je naaste. Deze tekenen kunnen makkelijk worden toegeschreven aan stress, een ingrijpende gebeurtenis of het normale proces van veroudering. Je beseft vaak pas later dat dit de eerste signalen van dementie waren. Herkenbare eerste tekenen zijn:
Recente gebeurtenissen of gesprekken vergeten;
Dezelfde vraag of zin herhalen;
Trager begrip van nieuwe dingen;
De draad van een verhaal kwijtraken;
In de war zijn;
Minder vloeiend spreken;
Moeite met beslissingen nemen; weinig belangstelling voor andere mensen en activiteiten.

In deze eerste fase is het belangrijk dat je naaste haar onafhankelijkheid zoveel mogelijk behoudt. Het is erg verleidelijk om alles voor haar te doen en dingen over te nemen. Doe dat niet. Ze behoudt haar gevoel van eigenwaarde veel meer door dingen zelf te blijven doen en kan zo ontdekken dat er nog veel is wat ze wel kan. Ondersteun haar, begeleid haar en stel haar gerust als ze angstig of onrustig is.

Midden fase
In de midden fase worden de veranderingen bij je naaste duidelijker, groter. Ze heeft meer ondersteuning nodig bij het helpen herinneren aan dagelijkse dingen zoals eten, wassen en aankleden, en toiletbezoek. Ze vergeet meer en kan niet meer op namen komen. Ze herkent mensen moeilijker en kan bijvoorbeeld buren met elkaar verwarren. Je naaste kan makkelijk overstuur raken en heftig reageren. Achterdocht en wantrouwen steken de kop op. Daarnaast is deze fase bij je naaste te herkennen aan:
In de war zijn over tijd, plaats en datum;
Weglopen en de weg kwijtraken;
Een verstoord dag- en nachtritme;
Gevaarlijke situaties, zoals het gas openzetten zonder het aan te steken;
Vreemd gedrag zoals in haar nachtjapon de straat op gaan;
Waandenkbeelden en hallucinaties.

Late fase
De late fase van Alzheimer kenmerkt zich door volledige afhankelijkheid van je naaste. Soms kan ze nog flitsen van herkenning laten zien, maar in de meeste gevallen zal het geheugenverlies groot zijn. Lichamelijk gaat je naaste ook achteruit. Het lopen gaat moeizaam en schuifelend of lukt helemaal niet meer. Uiteindelijk wordt ze bedlegerig en heeft ze volledige verzorging nodig.

Wat je nog meer tegen kunt komen in deze fase is:
Veel eten en toch veel gewicht verliezen;
Moeite hebben met kauwen en slikken;
Incontinentie;
Spraakverlies, soms kent ze nog een paar woorden die ze steeds herhaalt;
Onrustig gedrag, schreeuwen of zoeken naar iets of iemand;
Verdrietig of boos, zelfs agressief gedrag vertonen, vooral als ze zich bedreigd voelt;
Woede-uitbarstingen tijdens de lichamelijke verzorging, omdat ze het niet begrijpt.

Ook al kan je naaste zich in deze fase niet meer goed uiten, ze reageert nog wel op genegenheid en een geruststellende stem. Ze kan genieten van geuren, geluiden, muziek of het aaien van een zacht huisdier.

De levensverwachting voor je naaste met Alzheimer kan uiteenlopen van drie tot twintig jaar. Uit onderzoek blijkt dat de ziekte gemiddeld acht tot tien jaar duurt.

Bron: www.dementie.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *